Interview met fr. James Mallon
Een missionaire parochie zonder diaconie bestaat niet.
De Vastenactie ging in gesprek met fr. James Mallon over diaconie en de missionaire parochie. Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website van de Vastenactie.
Regelmatig zeggen mensen dat het lijkt alsof in het spreken over de missionaire parochie de aandacht voor diaconie en zorg voor de naaste minder aandacht krijgt. In een gesprek met Vastenactie reageert Father Mallon uitvoerig op deze zorg. Zijn antwoord: een missionaire parochie kan niet naar binnen gekeerd blijven. Wie mensen werkelijk helpt om Christus te ontmoeten, helpt hen ook om hun ogen, handen en hart te openen voor kwetsbare mensen dichtbij en ver weg. Daarom hoort diaconie niet aan de rand van de missionaire parochie, maar is het de vrucht ervan: als concrete uitdrukking van geloof dat leeft, overstroomt en de wereld raakt.
Een missionaire parochie zonder diaconie bestaat niet
Toen het gedachtegoed van father James Mallon enkele jaren geleden Nederland bereikte, sloeg het in als een bom. Zijn boek Divine Renovation inspireerde veel parochies om opnieuw na te denken over hun toekomst. Niet langer het in stand houden van structuren moest centraal staan, maar het vormen van missionaire leerlingen van Jezus Christus.
Toch leefde bij velen een belangrijke vraag: waar blijft in dit verhaal de diaconie? Waar is de aandacht voor armen, kwetsbaren, gerechtigheid en internationale solidariteit? Dreigt de missionaire parochie niet vooral bezig te zijn met geloofsopbouw en evangelisatie, terwijl de opdracht om de naaste te dienen naar de achtergrond verdwijnt?
Het antwoord van father Mallon is verrassend én uitdagend. Volgens hem is diaconie niet afwezig in de missionaire parochie. Integendeel: echte diaconie kan alleen duurzaam groeien vanuit een werkelijk missionaire gemeenschap.
Niet kiezen tussen evangelisatie en diaconie
Mallon verzet zich nadrukkelijk tegen het idee dat een parochie zou moeten kiezen tussen evangelisatie en sociale inzet. Volgens hem is juist die tegenstelling één van de grootste problemen waarmee de Kerk in het Westen te maken heeft gekregen. Hij verwijst daarbij naar een ontwikkeling die volgens hem al tientallen jaren zichtbaar is: de verkondiging van het Evangelie en de sociale leer van de Kerk zijn steeds verder uit elkaar gegroeid.
Aan de ene kant ontstonden gemeenschappen die zich vooral richtten op geloofsverkondiging. Aan de andere kant organisaties en parochies die zich volledig concentreerden op sociale actie en gerechtigheid. Daardoor is een kunstmatige tegenstelling ontstaan, maar wanneer verkondiging en diaconie los van elkaar komen te staan, raakt de Kerk uit balans. Het Evangelie wordt dan gereduceerd tot woorden zonder concrete liefde óf tot maatschappelijke inzet zonder levende relatie met Christus. Juist daarom horen evangelisatie en diaconie volgens Mallon onlosmakelijk bij elkaar.
Dat betekent niet dat iedere parochie onmiddellijk allerlei nieuwe diaconale projecten moet starten. Mallon vergelijkt veel westerse parochies met een ernstig verzwakte patiënt. Jarenlange krimp, vergrijzing en overbelasting hebben veel geloofsgemeenschappen uitgeput. Nieuwe mensen melden zich nauwelijks. Vrijwilligers raken moe en haken af.
Volgens Mallon is het dan niet realistisch om deze gemeenschap simpelweg nóg meer taken te geven: “Als het hart niet gezond is, zullen de handen en voeten uiteindelijk ook niet meer functioneren.” Daarom begint de missionaire vernieuwing volgens hem niet bij activiteiten, maar bij het hart van de Kerk. Mensen moeten opnieuw een persoonlijke ontmoeting krijgen met Jezus Christus. Niet omdat diaconie minder belangrijk zou zijn, maar omdat alleen een vernieuwd geloof blijvend mensen in beweging brengt. Werkelijke verandering begint in het hart.

"Echte diaconie kan alleen duurzaam groeien vanuit een werkelijk missionaire gemeenschap."
Drie bekeringen
De missionaire parochie kent volgens Mallon drie opeenvolgende bekeringen. De eerste is de bekering tot Christus. Mensen ontdekken opnieuw wie Jezus is en bouwen een persoonlijke relatie met Hem op.
Vervolgens komt de bekering tot de Kerk als levende gemeenschap waarin mensen verantwoordelijkheid dragen voor elkaar. Daarna volgt de derde bekering: de bekering tot de zending van Christus. Dan ontstaat de vraag: welke gaven heeft God mij gegeven en hoe wil Hij dat ik die inzet voor Zijn Koninkrijk? Juist in deze derde stap ontstaat volgens Mallon de diaconie bijna vanzelf.
Mallon gelooft niet in het voortdurend oproepen van mensen om zich vrijwillig in te zetten. Dat levert hooguit schuldgevoel op. Wanneer mensen werkelijk leerling van Christus worden, verandert hun verlangen. Dan gaan zij zelf vragen: “Waar roept God mij?” En: “Welke nood raakt mijn hart?” Dat leidt dan tot de vraag: “Hoe kan ik mijn talenten inzetten?”
Volgens Mallon ontstaat op dat moment een heel andere dynamiek. Mensen melden zich niet langer omdat de pastoor daarom vraagt, maar omdat zij innerlijk ervaren dat God hen ergens toe roept. Hij vertelt bijvoorbeeld over een jonge man die na zijn bekering besloot daklozen op straat te gaan helpen. Niet omdat de pastoor hem die opdracht gaf, maar omdat hij zich geroepen wist. Uiteindelijk groeide dit initiatief uit tot een landelijke organisatie die zich over heel Canada verspreidde. Voor Mallon is dit precies hoe de Heilige Geest werkt.
Een missionaire parochie stroomt over
Mallons huidige parochie ligt in één van de armste buurten van Atlantic Canada. Toen hij begon, verkeerde de gemeenschap vrijwel in stervensfase. Vrijwel alle vrijwilligers waren op leeftijd. De meeste diaconale activiteiten waren verdwenen. Na enkele jaren missionaire vernieuwing ziet de situatie er totaal anders uit.
De parochie werkt inmiddels samen met voedselbanken, straatpastoraat en organisaties die daklozen ondersteunen. Er is opvang voor dakloze mannen en begeleiding voor mensen die herstellen van verslaving. Er bestaan partnerschappen met maatschappelijke organisaties die betaalbaar voedsel distribueren. Steeds meer parochianen zetten zich vrijwillig in voor mensen aan de rand van de samenleving. Tijdens een recente wervingsactie meldden zich meer dan tweehonderd nieuwe vrijwilligers voor kerkelijke en maatschappelijke taken.
Voor Mallon is dit geen toeval. Een gezonde parochie blijft uiteindelijk niet met zichzelf bezig. Hij gebruikt daarvoor opnieuw een eenvoudig beeld: een kookpan die op het vuur staat, begint uiteindelijk over te koken. Zo hoort ook een missionaire parochie te zijn: wanneer een parochie werkelijk leeft uit Christus, stroomt zij vanzelf over.
Eerst naar de eigen omgeving. Daarna naar de samenleving. Uiteindelijk zelfs naar de wereldkerk en internationale solidariteit. Een parochie die uitsluitend met zichzelf bezig blijft, is volgens hem nog niet werkelijk missionair.
Ruimte geven aan de roeping van gelovigen
Opvallend is dat Mallon niet gelooft in een strak aangestuurde diaconie. De priesters moeten mensen helpen Christus te ontmoeten, hun gaven te ontdekken en hun roeping te onderscheiden. Vanuit die persoonlijke roeping zullen mensen zich vervolgens inzetten op heel verschillende terreinen: voor jongeren, gezinnen, ouderen, armen, vluchtelingen, internationale ontwikkelingssamenwerking of andere vormen van dienstbaarheid.
Volgens Mallon ligt de verantwoordelijkheid voor de missie van de Kerk uiteindelijk niet alleen bij priesters of pastorale beroepskrachten, maar bij alle leden van de geloofsgemeenschap.
Een belangrijke boodschap voor Nederlandse parochies
Voor Nederlandse parochies bevat deze visie een belangrijke conclusie: soms wordt de missionaire parochie gezien als een beweging die zich vooral richt op geloofsverdieping en evangelisatie. Diaconie zou dan een latere of zelfs ondergeschikte plaats krijgen. Mallon laat zien dat dit een misverstand is: diaconie is geen extra activiteit naast de missionaire parochie. Zij behoort tot haar wezen. Duurzame diaconie groeit vanuit leerlingen van Christus die zich persoonlijk geroepen weten.
Voor organisaties als Vastenactie, maar ook voor de parochiële caritas en diaconale werkgroepen ligt hierin een belangrijke uitdaging. Niet alleen aandacht vragen voor de noden van de wereld, maar ook bijdragen aan het vormen van geloofsgemeenschappen waarin mensen Christus ontmoeten, verantwoordelijkheid voor elkaar leren dragen en vervolgens zelf in beweging komen.
Juist daar raken missionaire parochie en diaconie elkaar. De Kerk bestaat niet alleen om mensen naar binnen te halen, maar evenmin om alleen maatschappelijke problemen op te lossen. Zij bestaat om mensen tot leerlingen van Christus te maken. En leerlingen van Christus kunnen uiteindelijk niet anders dan zich inzetten voor “de verlorenen, de minsten en de laatsten”. Daarom zijn evangelisatie en diaconie geen twee verschillende opdrachten. Zij vormen samen één beweging: van ontmoeting met Christus naar liefdevolle dienst aan de wereld.
Bron: Vastenactie